De Schafpudel

De Schafpudel is één van de oudste Duitse werkhondenrassen die er bestaan en behoort tot de familie van de herdershonden. De oorsprong gaat terug tot de vroege middeleeuwen en het ras werd door herders in het oosten en noorden van Duitsland gebruikt voor het hoeden van schaapskuddes. Voor de val van de Berlijnse Muur werd de Schafpudel nog vaak gebruikt in het voormalige Oost Duitsland, maar na de val van de Muur en de veranderingen in het culturele landschap van Duitsland, verdween de cultuur van de rondtrekkende schaapskuddes. En daarmee ook de noodzaak om goede ‘herdershonden’ te hebben. Als gevolg hiervan raakte dit prachtige hondenras zo goed als uitgestorven en geniet het geen nationale of internationale erkenning. Dat dit ras voornamelijk als werkhond van de schaapherders diende en niet echt gefokt werd heeft daar zeker aan bijgedragen; ze werden gewoon op hun kwaliteiten geselecteerd – werkwilligheid, gezondheid, vitaliteit en een ontzettend goed karakter. Het ging er niet om dat het mooie honden moesten zijn. In Duitsland staat het ras al tijden op de ‘rode lijst’ van met uitsterven bedreigde huisdierenrassen. In Nederland is het ras (nog) niet geregistreerd bij de Raad van Beheer: er zijn maar een paar dozijn exemplaren in Nederland en die populatie is (nu nog) te klein.

Fysieke karakteristieken

De Schafpudel is een middelgrote, lichtgebouwde hond.  Reuen hebben meestal een schouderhoogte tussen de 50-60cm en teefjes 45-55cm; ze wegen zo’n 16-25 kg. Het zijn goed bespierde honden met een langharige, golfende, dichte vacht met een ondervacht – meestal wit tot kaneelkleurig. Ze hebben een lange, licht gebogen staart en lopen vloeiend en veerkrachtig met ruime stappen.

Net als de labradoodles wordt van de Schafpudel ook wel gezegd dat het ras geen allergieën opwekt. Maar helaas is dat een fabeltje: zulke honden bestaan niet. Wel verspreiden ze minder allergeen omdat ze een doorgroeiende vacht hebben, en verspreiden ze dus ook minder huidschilfers; en die veroorzaken de allergische reacties. Maar Schafpudels verliezen dus minder haar: in principe hoeven ze maar 1x per maand gekamd te worden. Dat is dan wel even een klusje, maar daarentegen win je weer veel tijd omdat je niet zo vaak hoeft te stofzuigen zoals bij stokharige honden.

Karakter

Het ras is gezegend met een zeer vriendelijk en vrolijk, zachtaardig karakter. Het is een erg intelligent en op de mens gericht ras en is (inmiddels) een echte familiehond die het liefst overal bij is. 

De combinatie van bouw en karakter maakt het ras uitermate geschikt voor allerlei sportieve activiteiten: hondensport, paardrijden, joggen of fietsen. Maar hij wordt ook steeds vaker gebruikt in de zorg, als hulphond, of als ‘collega’ bij het coachen. Zo ook door mij. Door hun gevoeligheid en alertheid geven ze direct terug wat ze ervaren, en zo kunnen ze goed ‘spiegelen’: je naar jezelf laten kijken.

Andere woorden die bij de Schafpudel passen zijn: aanpassingsvermogen, bewustzijnsvermogen, bescheiden, slim met bijna menselijke intelligentie, geconcentreerde oplettendheid, en enthousiasme. 

Bron o.a. het boek “Der Schafpudel” van Mechthild Jennissen-Tibbe
voor meer informatie of de aanschaf van het boek, ga naar www.schafpudel.de